‘AI is geen ICT-project, maar een strategisch vraagstuk dat thuishoort in de boardroom’
Aan het begin van deze eeuw stond Niels Rijerse midden in een revolutie. Internet veranderde de marketingwereld niet geleidelijk, maar radicaal. Wat begon als een extra kanaal, groeide uit tot een fundamentele herinrichting van hoe organisaties communiceerden, verkochten en waarde creëerden. Nu, ruim twintig jaar later, herkent hij diezelfde onderstroom in de opkomst van AI. Vanuit zijn rol in de directie van Brand Potential helpt hij organisaties om AI niet te zien als hype of bedreiging, maar als strategische hefboom. Een gesprek over parallellen, leiderschap en de noodzaak om opnieuw te leren denken.

Je vergelijkt de opkomst van AI met de begindagen van internet. Wat zie je precies terug?
‘Wat ik rond 2000 zag, was dat internet aanvankelijk werd onderschat. Het werd beschouwd als een aardige toevoeging. Een website erbij en klaar. Maar onder de oppervlakte verschoof de macht fundamenteel. Consumenten kregen toegang tot informatie, prijzen werden transparant, concurrentie werd zichtbaarder. Bedrijven die dat niet serieus namen, raakten achterop. Wat ik nu bij AI zie, is een vergelijkbare systeemverandering. Alleen verschuift nu niet alleen informatie, maar ook denkvermogen, analyse en creatiekracht. AI democratiseert intelligentie. Taken waarvoor je vroeger gespecialiseerde teams nodig had, kunnen nu door individuen met de juiste tools worden uitgevoerd. Dat betekent niet dat expertise verdwijnt, maar wel dat de spelregels herschreven worden.’
Er is ook veel scepsis rondom AI. Herken je dat van toen?
‘Heel sterk zelfs. Bij internet hoorde je exact dezelfde reflexen: het is een hype, het is onveilig, het past niet bij ons model. Veel organisaties zaten in ontkenning en dat zie je nu opnieuw. Natuurlijk zijn er risico’s; denk aan privacy, bias, afhankelijkheid. Maar weerstand is geen strategie en nieuwsgierigheid wel. De bedrijven die destijds experimenteerden, leerden en bijstuurden, liepen uiteindelijk voorop. Wie bleef afwachten, moest later onder druk inhalen. Die dynamiek herhaalt zich.’
Wat maakt deze fase anders dan twintig jaar geleden?
‘De snelheid en de schaal. Internet had jaren nodig om volledig ingeburgerd te raken en AI verspreidt zich exponentieel. Daarnaast raakt AI vrijwel alle disciplines tegelijk. Het is niet alleen een marketinginstrument, maar beïnvloedt operations, HR, finance, innovatie, besluitvorming. Daarom zeg ik: dit is geen IT-project, maar een strategisch vraagstuk dat thuishoort in de boardroom.’
Wat betekent dat concreet voor bedrijven?
‘Dat ze AI niet als losse tool moeten benaderen. Rond 2000 dachten veel bedrijven dat een website voldoende was en pas later ontdekten ze dat hun hele klantreis moest veranderen. Met AI dreigt dezelfde misvatting. Je moet processen herontwerpen, rollen herdefiniëren en medewerkers meenemen in een nieuwe manier van werken.’
Hoe begeleid je organisaties in die omslag?
‘We beginnen met bewustwording. Wat is AI werkelijk? Wat kan het wel en niet? Daarna kijken we naar de specifieke context van een organisatie. Waar zitten inefficiënties? Waar wordt tijd verspild? Waar liggen kansen om data slimmer te benutten? Vanuit daar formuleren we concrete use cases zoals in marketing: contentcreatie versnellen, doelgroepanalyses verdiepen, campagnes optimaliseren. Of in operations: repetitieve taken automatiseren. Vervolgens zorgen we dat het niet bij experimenten blijft, maar dat processen daadwerkelijk worden aangepast. Het is altijd een combinatie van strategie, implementatie en cultuurverandering.’
Hoe bepalend is cultuur in dit geheel?
‘Cruciaal. Technologie verandert niets als gedrag niet verandert. Rond de internetrevolutie zag je dat organisaties met een open, lerende cultuur sneller transformeerden. Ze accepteerden dat experimenteren nodig was en dat geldt nu opnieuw. Medewerkers moeten ruimte voelen om te ontdekken en leiders moeten veiligheid creëren om te testen en te leren. Zonder die mentale omslag blijft AI oppervlakkig en wordt het nooit echt geïntegreerd.’
Wat vraagt dat van leiders persoonlijk?
‘Visie en moed. Het gaat om strategische keuzes: waar versterkt AI onze kernactiviteiten? Waar levert het aantoonbare waarde? Leiderschap betekent in deze fase richting geven, prioriteiten stellen en tegelijkertijd ruimte creëren voor experiment.’
Er is veel angst voor baanverlies. Hoe kijk jij daarnaar?
‘Technologische vooruitgang verandert taken. Dat was bij internet zo en dat zal nu niet anders zijn. Sommige taken verdwijnen, andere ontstaan, maar ik zie AI vooral als versterker. Professionals die leren werken mét AI vergroten hun impact. De combinatie van menselijk oordeel, creativiteit en technologische ondersteuning is krachtig. Organisaties die investeren in ontwikkeling en bijscholing, creëren wendbaarheid.’
Hoe voorkom je dat organisaties verlamd raken door complexiteit?
‘Door klein te beginnen en groot te denken. Kies één proces, één team, één duidelijke doelstelling. Meet wat het oplevert, leer, verbeter, schaal op. Rond de internetrevolutie zag je dat bedrijven die alles tegelijk wilden digitaliseren vastliepen. Gefaseerd bouwen werkt beter.’
Speelt ethiek een grotere rol dan destijds?
‘Zeker. We weten inmiddels wat er kan gebeuren als technologie sneller groeit dan regulering of bewustzijn. Bij AI moeten we vanaf het begin nadenken over privacy, bias, transparantie en verantwoordelijkheid. Dat vraagt om governance en duidelijke kaders. Innovatie en ethiek moeten hand in hand gaan want anders ondermijn je vertrouwen, en zonder vertrouwen is elke technologische sprong tijdelijk.’
Wat motiveert jou persoonlijk om hier weer middenin te staan?
‘Die pioniersenergie. Het gevoel dat je aan het begin staat van een nieuwe fase. Rond 2000 was dat intens en leerzaam. Je voelde dat je meebouwde aan iets dat groter was dan je eigen organisatie. Dat ervaar ik nu opnieuw. Maar ik neem ook de lessen van toen mee. Technologie is een middel, geen doel. Het draait uiteindelijk om waardecreatie voor mensen - klanten én medewerkers. Als je dat uit het oog verliest, raak je de essentie kwijt.’
Hoe kijk je naar de komende jaren?
‘Ik verwacht versnelling en normalisering tegelijk. Sommige toepassingen verdwijnen, andere worden standaard. Over een paar jaar spreken we niet meer over ‘AI-strategie’, net zoals we nu niet meer spreken over ‘online strategie’. Het wordt geïntegreerd in reguliere besluitvorming en processen. En over tien jaar kijken we waarschijnlijk terug op deze periode als het kantelpunt. Het moment waarop organisaties moesten kiezen: meebewegen of achterblijven. Ik was er graag bij toen internet alles opschudde en ik ben er nu weer graag bij. Alleen weet ik inmiddels dat technologie pas echt waarde krijgt als je mensen meeneemt.’