‘Als je gezag wilt behouden, moet je ook zelfreflectie tonen’
De gebeurtenissen rond Stadion Galgenwaard in Utrecht zorgden niet alleen voor onrust op straat, maar ook voor een stevig maatschappelijk debat. Beelden van politieoptreden gingen viraal en werden gevolgd door een persverklaring waarin de politie het eigen handelen verdedigde. Juist die communicatie leidde tot veel kritiek. Jos, die zich bezighoudt met gedragspsychologie en publieke communicatie, analyseert wat hier misging en waarom de manier van spreken minstens zo bepalend is als het optreden zelf.

Hoe heb jij de eerste berichtgeving rondom de gebeurtenissen ervaren?
‘Wat mij vooral opviel, was het contrast tussen wat je zag op beeld en wat er later in woorden werd gezegd. Ik had fragmenten gezien van het politieoptreden en daarna las ik de persverklaring. Daarin werd eigenlijk vrij stellig gesteld dat het optreden correct was geweest. Dat schuurt. Niet omdat alles per definitie fout zou zijn gegaan, maar omdat je daarmee voorbijgaat aan wat mensen zelf hebben waargenomen. Dat voelt voor veel mensen alsof hun waarneming niet serieus wordt genomen.’
Wat doet dat volgens jou met het publiek?
‘Dat ondermijnt vertrouwen. Mensen zijn niet dom en laten zich niet zomaar iets wijsmaken. Als zij beelden zien die vragen oproepen en de reactie van de politie is: wij hebben het goed gedaan, zonder verdere nuance, dan ontstaat er irritatie. In gedragspsychologie zie je keer op keer dat zo’n eenzijdige boodschap leidt tot verzet. Het wordt dan een wij-tegen-zij-verhaal, terwijl je als politie juist afhankelijk bent van maatschappelijk draagvlak.
’Hoe kijk jij naar de manier waarop de politie haar eigen optreden verdedigde?
‘Die verdediging was heel gesloten en defensief. Er zat geen enkele vorm van reflectie in. Je kunt best zeggen dat het werk ingewikkeld is en dat agenten onder grote druk staan, dat is ook zo. Maar dat betekent niet dat je geen fouten kunt erkennen. Door alles af te dekken en te zeggen dat het optreden volledig correct was, zet je jezelf klem. Je laat geen ruimte voor gesprek en dat is precies wat mensen nodig hebben na zo’n incident.’
Welke rol speelt gedragspsychologie in dit soort situaties?
‘Een hele grote rol, al wordt die in de praktijk vaak onderschat. Gedrag lokt gedrag uit. Dat geldt op straat, maar ook in communicatie. Als je hard en stellig communiceert, krijg je harde reacties terug. Dat is geen mening, dat is uitgebreid onderzocht. In andere landen zie je dat politieorganisaties veel bewuster omgaan met toon, woordkeuze en timing. Niet om dingen te verbloemen, maar om escalatie te voorkomen.’
Wat zie je daarin als belangrijk verschil met Nederland?
‘In Nederland lijkt de nadruk vaak te liggen op controle en handhaving, ook in taal. De boodschap is snel: wij hebben gezag en wij bepalen wat juist is. In bijvoorbeeld Engeland zie je vaker dat politie uitlegt voor wie ze er zijn en waarom ze doen wat ze doen. Ze zijn zichtbaar aanwezig, maar proberen in hun communicatie verbinding te houden met het publiek. Dat maakt een wereld van verschil in hoe mensen politieoptreden ervaren.’
Hoe kijk jij naar de relatie tussen politie en publiek in dit soort contexten?
‘Die relatie staat onder druk, dat is duidelijk. Veel agenten voelen zich onveilig en niet gesteund, terwijl burgers zich soms onterecht hard aangepakt voelen. Dat spanningsveld is reëel. Maar juist daarom moet je als organisatie laten zien dat je beide kanten ziet. Als je alleen je eigen mensen verdedigt en niets zegt over de impact op burgers, dan vergroot je de afstand.’
Wat viel jou op aan de beelden die rondgingen?
‘Wat mij raakte, was dat je mensen zag die ogenschijnlijk geen directe rol speelden in ongeregeldheden, maar wel met geweld te maken kregen. Oudere mensen, supporters die gewoon een bus in wilden stappen. Dan kun je nog zo vaak zeggen dat er eerder iets is gebeurd met een andere groep, maar dat rechtvaardigt niet alles. Proportionaliteit is cruciaal, en die werd hier door veel mensen als zoek ervaren.’
Hoe had de politie dit anders kunnen aanpakken in haar communicatie?
‘Door simpelweg te erkennen dat het ingewikkeld was en dat niet alles goed is gegaan. Je hoeft geen schuldigen aan te wijzen of meteen conclusies te trekken, maar je kunt wel zeggen: we hebben de beelden gezien, die roepen vragen op, en die nemen we serieus. Tegelijkertijd kun je uitleggen onder welke omstandigheden agenten moesten werken. Dat is eerlijker en geloofwaardiger.’
Denk je dat dit een bewuste communicatiestrategie was?
‘Ik vermoed dat het eerder een reflex was dan een strategie. Mogelijk ingegeven door interne druk, doordat agenten zich al langer niet gesteund voelen. Dan zie je vaak dat een organisatie in de verdediging schiet, maar dat is zelden een verstandige langetermijnkeuze. Strategische communicatie vraagt juist om afstand en reflectie, niet om snelheid en zelfrechtvaardiging.’
Zie je hierin een breder patroon?
‘Ja, absoluut. Dit gebeurt vaker, bij voetbalwedstrijden, bij oud en nieuw, bij demonstraties. Er is steeds een harde aanpak en daarna een communicatie die vooral bedoeld lijkt om kritiek af te weren. Terwijl onderzoek na onderzoek laat zien dat die combinatie niet werkt. Het vergroot polarisatie en maakt het volgende incident waarschijnlijker.’
Wat zou er structureel moeten veranderen?
‘Gedragswetenschappelijke inzichten zouden veel centraler moeten staan in beleid en communicatie. Niet als bijzaak, maar als uitgangspunt. Dat betekent ook dat je dilemma’s durft te benoemen: veiligheid versus vertrouwen, steun voor medewerkers versus maatschappelijke legitimiteit. Als je dat openlijk doet, laat je zien dat je volwassen omgaat met je verantwoordelijkheid.’
Wat hoop je dat mensen meenemen uit deze discussie?
‘Dat gezag niet zit in hardheid, maar in geloofwaardigheid. En dat je die geloofwaardigheid alleen behoudt als je bereid bent kritisch naar jezelf te kijken. Dat geldt voor individuen, maar zeker ook voor instituties als de politie.’