‘Het perfecte model om samen te werken, bestaat niet’

Samenwerken tussen bureaus en klanten staat volgens Jos Govaart op een kantelpunt. In dit interview reflecteert hij op wat wel en niet werkt, hoe samenwerking zich ontwikkelt en waarom timing en meerwaarde bepalender worden dan vaste structuren.

hands collective holding each other.

Wat betekent goede samenwerking voor jou, tussen bureaus en klanten?

‘Goede samenwerking begint voor mij bij het besef dat niets vanzelfsprekend is. Bureau en klant komen uit verschillende werelden, met andere belangen, andere snelheden en een andere manier van kijken. Zodra je doet alsof dat geen rol speelt, gaat het mis. Op het moment dat je dat juist benoemt, ontstaat er iets gelijkwaardigs. Dan zit je niet meer tegenover elkaar, maar naast elkaar. Samenwerken is voor mij geen format of methode, maar een relatie waarin je continu afstemt, bijstuurt en elkaar serieus neemt.’

Je hebt veel verschillende samenwerkingsvormen meegemaakt. Wat heb je daarvan geleerd?

‘Ik heb alles gezien: van heel losse samenwerkingen tot enorme constructies met soms wel achttien bureaus die structureel betrokken waren. Wat ik daarvan heb geleerd, is dat mensen vaak op zoek zijn naar het perfecte model, terwijl dat simpelweg niet bestaat. De vorm is zelden bepalend. Het gaat om de helderheid van afspraken en het gedrag dat daarbij hoort. Als dat klopt, kan bijna elke vorm werken. Als dat niet klopt, helpt geen enkele structuur en ontstaan er irritaties die niets met inhoud te maken hebben.’

Je noemt vaak rolverdeling als cruciaal element. Waarom is dat zo belangrijk?

‘Omdat daar ongelooflijk veel misgaat. Mensen hebben dezelfde functietitel, maar doen in de praktijk totaal ander werk. Als je dat niet expliciet maakt, ga je verwachtingen op elkaar plakken die nooit zijn uitgesproken. Dan denk je dat iemand iets oppakt, terwijl die persoon denkt dat het niet zijn verantwoordelijkheid is. Duidelijkheid is daarin geen beperking, maar juist een bevrijding. Professionals willen geen controle, ze willen weten waar ze aan toe zijn: wat wordt er van mij verwacht, wanneer lever ik en waar stopt mijn rol. Als dat helder is, ontstaat er rust en vertrouwen.’

Je gaf eerder een voorbeeld van een samenwerking waarbij bureaus pas later aanhaakten. Waarom werkte dat zo goed?

‘Dat was een situatie waarin de opdrachtgever heel bewust koos om bureaus niet standaard overal bij te betrekken. Er lag eerst een duidelijke jaaragenda, met belangrijke momenten voor het merk. Die werd gedeeld met verschillende disciplines, met de vraag: waar denk jij dat je echt waarde kunt toevoegen? Niet: doe overal aan mee, maar: haak alleen aan als je relevant bent. Dat werkte ontzettend goed. Bureaus werden pas echt betrokken op het moment dat hun expertise nodig was. Geen eindeloze vergaderingen zonder inhoud, maar gerichte samenwerking op het juiste moment. Dat voelde respectvol, efficiënt en inhoudelijk sterk.’

Hoe kijk je naar de toekomst van samenwerking tussen bureaus en klanten?

‘Ik denk dat samenwerking steeds flexibeler wordt. Minder vaste structuren, minder standaardoverleggen en meer werken vanuit meerwaarde. De tijd dat je standaard met z’n allen aan tafel zit, ongeacht relevantie, loopt echt ten einde. Efficiëntie speelt daarbij een grote rol, maar ook volwassenheid. Zowel klanten als bureaus worden kritischer: waarom zit je hier en wat voeg je toe? Dat vraagt om meer vertrouwen, maar ook om meer discipline. Je moet je basis op orde hebben, afspraken nakomen en duidelijk communiceren. Pas dan kun je die flexibele samenwerking laten werken.’

Wanneer is een samenwerking voor jou uiteindelijk geslaagd?

‘Als iedereen zijn rol kent, zich serieus genomen voelt en het gevoel heeft dat hij of zij op het juiste moment iets heeft kunnen toevoegen. En vooral als het werk dat je samen maakt beter is dan wat je alleen had kunnen doen. Dan weet je dat de samenwerking klopt. Niet omdat alles perfect was, maar omdat er vertrouwen was, duidelijkheid en wederzijds respect. Samenwerken blijft zoeken, maar als je dat samen doet, kom je verder.’